Gewijd aan en dochter van Apollo. Het heiligdom was gelegen te Samos, een Griekse kolonie. Haar eigennaam was Phemonoe, Phyto, Phokis of Phanothea, waarbij eveneens wel wordt aangenomen dat de (tweede genoemde) naam afkomstig is van het woord: "pythésthai (rotten)" en dat zij daardoor ook wel de eerste pyhtia genoemd mag worden, nl.: de wijdst verbreide bekende reden voor de benaming "Phyto" was dat het slachtoffer van de pijlen van Apollo op die bewuste locatie (Delfi) lag te rotten, dit slachtoffer was een Drakon die daar voor Gaea het heiligdom moest bewaken.
Van Phemonoe wordt beweerd dat zij de uitvindster van de hexameter is (zij zong ze voor Acrisius) én de eerste zieneres van het Apollo-heiligdom te Delfi. Zij zong volgens de overleveringen: "Zeus, was, is en zal zijn, O grote Zeus. De aarde zal oogst voortbrengen. Roep de aardmoeder toe".
Ze was de godin van de Poëzie. Ze zou stammen uit de periode vóór Homeros (Thales of vroeger). In later tijden slechts terug te vinden als priesteres van Artemis.
Eratosthenes heeft het een en ander over haar geschreven. Volgens Plinius was zij zeer begaafd in het interpreteren van de vlucht van vogels. Verder zien we haar eveneens terug in geschriften van Strabo, Pausanias, Eusthatius en Clemens van Alexandrië. Sommige schrijvers situeerden haar te Delos i.p.v. Delfi en Servius identificeert haar met de sibille van Cumae. Melampus citeert haar in zijn boek "peri palmon", van Antipatros van Thessaloniki kennen we een epigram met betrekking tot een beeld van Phemonoe. Door Diogenes Laërtios wordt eveneens het adagium "ken uzelf" aan haar toegeschreven (zie ook Delfi).