Thebe
1: (Egypte) (Egyptisch: Weset of Net, Hebreeuws: No)
Egyptische stad in de oudheid, oorspronkelijk naam van een gouw met als hoofdstad Hermonthis. De stad Thebe ontstond toen vorsten van Thebe Egypte onderwierpen en als koningen van de 11e dynastie (ca. 2000 v.C.) regeerden. Bereikte de hoogste bloei onder het nieuwe rijk. Residentie van koningen der 18e dynastie en van Amon-priesters onder de 21e dynastie. Vele tempels en graven zijn bewaard gebleven.
2: (Griekenland)
Griekse stad in de oudheid, voornaamste stad van Nomos Boiotia. Volgens de mythologie zou de burcht Kadmea door Kadmos gesticht zijn. Na de slag bij Leuktra (371 v.C.) was het een korte tijd de voornaamste mogendheid in Griekenland. In 335 v.C. verwoest door Alexander de Grote, door Cassander hersteld (316 v.C.). In de huidige tijd (Nieuw-Griekenland) wordt het Thivai of Thive genoemd.
Themis
In de Griekse mythologie één van de 12 titanen (6 zonen en 6 dochters van Gaea en Uranus). De alwijze, de godin van de gerechtigheid en uitvindster van de orakels en voorspellingskunst. Ze bewaakt de juiste orde of het juiste verloop der dingen. Ze is de godin van recht, wet en orde; heerseres over de seizoenen; beschermster van vergaderingen en de gastvrijheid. Haar naam is afkomstig van het Babylonische "Tiamat" (een zeeslang die de oermoeder personificeerde). Ook is het verwant aan het Chaldeese Thamte (zee). Verder zien we overeenkomsten met de Bijbelse en Joodse mythologie in de vorm van Naamah en heeft ze verbanden met Noach, in het Hebreeuws kennen we een "Tehom". Bij de Egyptenaren zien we eveneens een verwantschap in de persoon van Temu (afgrond waaruit de wereld ontstond). Ze zou de veroorzaakster van de zondvloed zijn én degene die daarna opnieuw mensen op de aarde zette. Ze wordt afgebeeld als een blinde of geblinddoekte vrouw; in haar handen draagt ze een weegschaal en de hoorn des overvloeds. De Romeinen noemden haar Justitia (een verengelsing van "Iustitia"). Moeder van de drie Moirae/Morai en de drie Horae/Horai. Eveneens de moeder van Astraea. Daarnaast wordt wel beweerd dat ze de moeder was van Prometheus en Epimetheus. Ze was getuige van de geboorte van Apollo. Themis, ook wel "zij met de mooie wangen" genoemd, was geen kwaad heerseres, ze wordt afgeschilderd als liefdevol en meedogend. Als zij werd genegeerd, dan velde de toornige Nemesis een oordeel. De tegenwoordige geblinddoekte dame met weegschalen in haar hand is niet de verbeelding van de oorspronkelijke Themis, maar van de "modernere" Justitia. Ze wordt gezien als de oprichtster van het orakel van Delfi, in díe hoedanigheid worden haar kinderen (de orakelpriesteressen aldaar) de "themistes" genoemd.
Theodosius I (de Grote) (347 - 395 a.D.)
Grootvader van Theodosius II. 379: medekeizer van Gratianus. Maakte in 382 een einde aan de verwoestingen door de Goten. Regeerde over het oosten. Versloeg in 388 Maximus die Gratianus van de troon had gestoten. Verenigde in 394 het hele Romeinse rijk voor het laatst onder één hoofd.
Thyatíra
Oude stad in Klein-Azië aan de grens van Lydie en Mysië. De tegenwoordige namen zijn: "Ak-Hissar" oftewel: "wit kasteel" en "Tepe Mezarligi", gelegen in Turkije. Hier stond één van de zeven kerken uit het bijbelboek openbaringen/apokalyps 1:11 "schrijf op wat ge ziet in een boek en stuur het aan de zeven kerken: Efeze, Smyrna, Pérgamum, Thyatíra, Sardes, Filadélfia en Laodicea", alsmede dezelfde openbaringen/apokalyps 2:18-28 "en schrijf aan de engel van de kerk te Thyatíra: enz. enz.". Lydia, de vrouw uit het bijbelse boek handelingen 16:14, die purperen stoffen verkocht, kwam uit Thyatira. Volgens Stephanus Byzantius is de naam aan de stad gegeven door Seleucus I (Nicator), maar het is waarschijnlijker dat de oorsprong Lydisch was. Er was volgens Strabo een Macedonische kolonie gevestigd te Thyatíra. Verschillende goden werden er vereerd: Aesculapius, Bacchus, Artemis en vooral Apollo in wiens naams spelen werden georganiseerd. Vespasianus begon daar grote ondernemingen/(veld)tochten, ook Hadrianus is daar in 123 geweest, verder is Thyatíra eveneens door Caracalla in 215 bezocht. In het begin van de derde eeuw was Thyatíra grotendeels christelijk. Thyatíra was en is nog steeds beroemd om haar verfkunsten en verfstoffen. Tussen de ruïnes zijn inscripties gevonden die verwijzen naar het "kleurders-gilde" van destijds.