Saken
Volk ten Oosten van de Oxus (rivier), stam uit het geslacht/volk der Scythen.
Salmanassar I / Shalmaneser / Sulmanu-As-Arid / Sulman (Solomon)
Koning van het oude Assyrische rijk, noord-Mesopotamië 1274-1245 v.C. Maakte een einde aan de Hoerritische overheersing. Zoon en opvolger van Hadad-Nirari. Voerde series campagnes tegen de Arameërs in Noord-Mesopotamië, annexeerde een gedeelte van Silicië en vestigde Assyrische kolonies aan de grens met Cappadocië. Volgens overblijfselen die gevonden zijn in Assur, veroverde hij in het eerste jaar van zijn regeerperiode 8 steden in het noordwesten en vernietigde het fort Arinnu waarvan hij alles mee nam naar zijn vaderland. In zijn tweede regeringsjaar versloeg hij Sattuara, de koning van Malatië en zijn Hittitische bondgenoten. Nam het gehele rijk in tot aan Carchemish. Bouwde verder paleizen in Assur en Ninivé, herstelde vele gebouwen en stichtte de stad Kalah.
Salmanassar III (of II) / Shalmaneser / Sulmanu-As-Arid / Sulman (Solomon)
Koning van Assyrië in het oude Mesopotamië. Volgde zijn vader Assurnasirpal III op in 858 v.C. Zijn lange regeerperiode was een grote aaneenschakeling van militaire campagnes tegen oostelijke stammen, de Babyloniërs, diverse landen uit Mesopotamië en Syrië, evenals Silicië en Ararat. Zijn leger drong door tot het Wan-meer en tot Tarsus, de Hittieten van Carchemish werden gedwongen om tribuut te betalen en Hamath (Hamah) en Damascus warden onderworpen. In 854 v.C. werd een alliantie gevormd door Hamath, Arvad, Ammon, "Ahab van Israël" en andere buurlanden onder het leiderschap van Damascus. Ze bonden een (uiteindelijk onbesliste) strijd aan tegen het leger van Salmanassar III bij Karkar, in 849 v.C. en 846 v.C. vonden eveneens veldslagen plaats. In 842 werd Hazael (koning van Damascus) gedwongen om zich in te sluiten binnen de muren van zijn stad, terwijl het land er om heen helemaal werd verwoest, Jehu van Samaria zond samen met de Phoenicische steden tributen naar Salmanassar. Babylonië was al veroverd tot aan de Chaldeeërs in het zuiden de Babylonische koning was vermoord. In 836 v.C. ondernam Salmanassar een expeditie tegen de Tibareni (Tabal) welke gevold werd door een veldtocht tegen Cappadocië en in 832 de veldtocht tegen Silicië. In het jaar daarop vond de koning het nodig om de leiding op het leger over te dragen aan de Tartan (hoogste legerleider). 6 jaar later werd tegen hem een opstand gevoerd, geleid door zijn rebelse zoon Assur-danin-pal met troepen uit Ninevé en andere steden in de regio. De burgeroorlog duurde twee jaar, de opstandelingen werden uiteindelijk verpletterend verslagen door Shamsi-adad en/of zijn broer Samas-Rimmon, beiden zonen van Salmanassar III. Kort daarna, in 823 v.C. overleed Salmanasser in zijn paleis in Kalah, hij liet een zwarte obelisk na (momenteel in het British Museum), waarop we veel informatie vinden over zijn regeerperiode.
Salmanassar V (of IV) / Shalmaneser / Sulmanu-As-Arid / Sulman (Solomon)
Verschijnt als gouverneur van Zimirra in Phoenicië tijdens de regeerperiode van Tiglat-Pileser IV (of III), door H.Winckler wordt hij verondersteld de zoon te zijn van Tiglat-Pileser III. Hoe dan ook, na de dood van Tiglat-Pileser, volgde hij hem op op de 25e Tebet 727 v.C. Bij deze gebeurtenis veranderde hij zijn eigen naam "Ulula" in dat van Salmanassar. Tijdens zijn regeerperiode vond eveneens de opstand van Samaria plaats en terwijl hij de stad belegerde kwam hij om op de 12e Tebet 722 v.C., de macht werd gegrepen door Sargon.
Samaria, Hebreeuws: Shomron, Aramees: Schamerajin
Oudtestamentische hoofdstad van het rijk Israël, thans ingenomen door het dorpje Sebastije, een Arabische nederzetting ten NW. Van Nabloes. Samaria was gebouwd op een heuvel, die zich 100 meter veheft boven de rest van de vlakte. Beneden in het dorp bevindt zich de ruïne van de Johanneskerk (12e eeuw). Een Israëlitische muur en het paleis der Omriden (ostraca en prachtige ivoren) zijn blootgelegd. Uit de tijd van Herodes zijn bewaard gebleven de resten van een zuilenstraat en van een hippodrome. Samaria werd gebouwd door koning Omri in ca. 875 v.C. op een strategisch zeer voordelige plek, geoefende belegeraars als de Assyriërs hadden 3 jaar nodig om Samaria te verslaan (724-721 v.C.). Daarna raakte de stad steeds meer in verval. Samaria werd meermalen verwoest, o.a. door de zonen van de Makkabeeër Johannes Hyrcanus in 107 v.C. Herodes de Grote ontving de stad van Augustus als geschenk, bracht haar weer tot bloei en noemde de stad naar de keizer met de grote naam Sebaste (= Augusta). Na de verbanning van Herodes Archelaus stond Samaria onder de Romeinse procurator.
Samarra
Stad uit de oudheid, in het noorden van centraal Irak aan de Tigris, halverwege Bagdad en Mosoel (Mosul). Een zeer oude nederzetting uit het 6e millennium v.C. is vóór de tweede wereldoorlog aangetroffen onder het latere Islamitsche Samarra en heeft naam gegeven aan het specifieke "Samarra-aardewerk" uit die periode en die streek. Het aardewerk is mooi beschilderd in rood en zwart op een lichte achtergrond en versierd met dieren- en mensenfiguren en complexe geometrische structuren. Ditzelfde aardewerk is eveneens aangetroffen op andere sites zoals: Choga Mami en Tell Es-Sawwan. De latere stad is in 836 gebouwd door de Abbassieden-kaliefen onder al-Mu'tasim. De 17e eeuwse moskee met gouden gewelf is heiligdom voor de Sjiïtische moslims. Er zijn interessante ruïnes van veel paleizen, moskeeën en andere gebouwen, vooral de spiraalminaret uit de 9e eeuw is wereldberoemd.
Samos
Grieks eiland in de oost-Egeïsche zee. 468 km2. Bergachtig. Behoorde in de 9e eeuw v.C. tot de Ionische federatie, die hegemonie had in de Egeïsche en de Zwarte Zee. Het beleefde tot in de 6e eeuw v.C. een grote bloei. In de 5e eeuw v.C. werd het door Athene onderworpen. Daarna nog door de Macedoniërs, de Rhodiërs (Rhodos) en Egypte. In 132 v.C. kwam het onder Romeinse heerschappij, in 1550 onder Turkse. Van 1832 - 1912 was het een autonome staat onder Turkse souvereiniteit en vanaf 1912 hoort het weer aan Griekenland toe.
Saoedi-Arabië (Al-Mamlaka al-'Arabiya as-Sa'udiya)
Koninkrijk dat 4/5e deel van Arabië beslaat. 2.146.690 km.2. Ca. 12miljoen inwoners. In 1964 werd een volkstelling gehouden maar die niet gepubliceerd, waardoor het inwoneraantal niet zeker is, het zou zelfs tussen 3-miljoen en 12miljoen kunnen liggen. Hoofdstad: Riaad. Taal: Arabisch. Godsdienst: Islam. Geen leerplicht maar staats- en koranscholen, universiteit in Mekka. Het recht is gebaseerd op de koran, de slavernij werd in 1962 afgeschaft. Saoedi-Arabië omvat een woestijnplateau, dat vanaf de Perzische golf langzaam stijgt en bij de rode zee als een gebergte naar de kust afdaalt. Het klimaat is heet en droog. In de oase verbouwt men dadels, tarwe, gierst, fruit en andere zuidvruchten. De nomadische Bedoeïenen bedrijven veeteelt. De grootste rijkdom ligt in de aanwezigheid van petroleum in de bodem. Munteenheid: De rial (= 20 girsch). Havens: Damman en Djiddah. Geschiedenis: In 1924 veroverde Ibn Saoed de Hidjaz, dat hij toevoegde aan zijn stamland Nedjd. In 1926 uitgeroepen tot koning van de Hidjaz. In 1927 noemde hij zich koning van Hidjaz, Nedjd en andere districten. In 1932 werd de naam van de staat in Saoedi-Arabië veranderd.
Sardur II
Koning van Urartu van 760-730 v.C. Gedurende zijn regeerperiode namen de Urartu grote gebieden in vanwege de problemen destijds binnen het Assyrische rijk. Hun grondgebied strekte zich uit van de Eufraat tot aan Azerbaidjan in de hooglanden van Iran en in het noorden tot aan het meer Çildir. Na het aantreden van de Assyrische koning Tiglatpileser III, werden de Ssyriërs snel sterker en versloegen zij de Urartu in 742 v.C., waardoor hun grondgebied slonk tot de contreien van het Wan-meer.
Sargon I (de Grote) van Akkad / Sharukkin
Koning in het oude Mesopotamië, "heerser over de vier werelddelen". Waarschijnlijk dezelfde Sargon als "Sargon van Assyrië", die bekend stond als: "Sharrukin, of Sharru-kin(u)". Staat in de Sumerische koningslijst genoemd als de wijnschenker van Ur-Zababa (van Kisj), maar in de Assyrische koningslijst als de zoon van Ikunum, met echter een geheel andere periode (1860 - 1850 v.C.). Volgens een legende droomde hij dat de godin Inanna, de koning (Ur-Zababa) verdronk in een rivier van bloed en vertelde die droom aan zijn regent. Ur-Zababa zou daarop ter terechtstelling Sargon naar koning Lugal-Zagessi van Uruk hebben gestuurd, vergezeld van een bericht, maar de rest van de legende is verloren gegaan, waarschijnlijk was dit het gedeelte dat beschreef hoe Sargon de macht overnam van Lugal-Zagessi. De periodes van de genoemde koningen zijn niet geheel duidelijk, vallen hier en daar samen, maar liggen soms ook weer te ver uit elkaar. Sargon stichtte een groot Akkadisch "wereldrijk" dat eveneens Syrië, Anatolië en Elam/Iran omvatte. Domineerde eveneens in het westen van het Middellandse-Zeegebied en ten noorden van de Zwarte Zee en drong door tot zuidoost-Arabië. Zijn rijk strekte zich verder uit over het gehele gebied van Eufraat en Tigris en omvatte delen van het huidige Turkije. Superioriteit door de nieuwe beweeglijke oorlogstechniek met werpspeer, pijl en boog; de gevechtsmethode van de woestijn tegenover de Sumerische falanx met lange speer en zwaar schild. Stichtte als eerste een gecentraliseerde, multi-etnische staat, waarvan de ambtelijke inscripties in de Akkadische taal werden opgesteld en bouwde een nieuwe hoofdstad: Agade, van het rijk: Akkad. De vorst is Godkoning, nieuwe Akkadische goden: Isjtar Annunitu en de zonnegod Sjamsj. Vanwege de grote uitbreiding van het rijk had Sargon behoefte aan structurering, hierdoor kwam het Akkadisch steeds meer op de voorgrond en het Sumerisch verdween nagenoeg. Sargon stichtte een heuse dynastie en benoemde zijn dochter Enheduanna (schrijfster van verschillende Akkadische hymnen) tot hogepriesteres van Ur. Na Sargons' dood opstanden. Hij werd opgevolgd door zijn zonen Rimush en Manishtushu, maar vooral zijn kleinzoon Naram-Sin bracht het rijk tot hoogste bloei. Na ongeveer 160 jaar werd het rijk vernietigd door de Guti-Barbaren uit het Zagros gebergte.
Sargon II
Koning van Assyrië van 721-705 v.C. Ook wel Sharrukin, of Sharru-kin(u) genoemd. De naam Sargon is zoals de bijbel hem noemt. Vervolmaakte de verovering van het noordelijke Joodse koninkrijk van Israël, dat later bekend werd als Samaria. Nam de troon over van Salmanasser V. Het is niet zeker of hij de zoon was van Tiglatpileser III, over een indringer, zonder familiebanden met de koninklijke familie. Sloot een pact aan het begin van zijn regeerperiode met de Chaldeeër Marduk-apla-iddin en verloste alle tempels en de inwoners van Assur en Haran van de belastingen. Het tweemanschap streed op verschillende fronten tegen o.a.: de Assyriërs, de Elamieten, Syrië, Gaza, Rafia en Egypte. Sargon liet op zijn terugkeer Samaria herbouwen tot de hoofdstad van de nieuwe provincie Samerina en liet het vooral door Arabieren bewonen. Veroverde daarna delen van het Zagros-gebergte en de Hittitische stad Karchemish. Veroverde later ook het land Mana, nam de hoofdstad Izirtu in en stationeerde troepen in Perzië en Kar-Nergal (Kishesim). Bouwde eveneens nieuwe bases in Medië en stichtte daar diverse steden, die hij allen noemde naar Babylonische goden. Startte in 714 v.C. een grote campagne tegen het rijk Urartu, dat verzwakt was door andere oorlogen. Van deze periode zijn bijzonder veel overleveringen bewaard gebleven; we weten dat Sargon stad voor stad veroverde en bijna alles wat op zijn weg kwam vernietigde, waaronder ongeveer 450 steden. Verder ontdekte hij grote schatten en kon zich eigenaar noemen van een ton goud en 5 ton zilver, in totaal 334.000 objecten. In het jaar 713 v.C. bleef Sargon thuis terwijl zijn troepen doorgingen met hun veldtochten, een opstand die gesteund werd door Judah, Moab, Edom en Egypte werd neergeslagen en het Assyrische rijk onder Sargon groeide en groeide. In 710 achtte Sargon het veilig genoeg om Babylonië aan te vallen terwijl een ander leger van hem een veldtocht ondernam tegen Elam. Het lukte Sargon om Babylon te veroveren en hij werd gekroond tot koning van Babylonië. Hij bleef zelf 3 jaar in Babylon. Zijn zoon Sanherib werd uitgehuwelijkt aan de Aramische edelvrouw Naqi'a en bleef verder in het zuiden om de rust te bewaren. Verder werden enige gebieden in de buurt van de grens met Elam veroverd. Eveneens in 710 accepteerden de 7 koningen van Ia' (Cyprus) de Assyrische overheersing, in 709 onderwierp Midas, koning van Phrygië zich en in 708 werd Kummuhu (Commagene) een Assyrische provincie. Assyrische was nu op de top van haar macht, terwijl Urartu en Elam zeer verzwakt waren en de Egyptische invloed in Syrië vrijwel verdween. Ninevé bleef onder zijn heerschappij de hoofdstad van Assyrië, in 713 gaf Sargon de opdracht tot het stichten van Dur-Sharrukin (huis van Sargon) en het bouwen van een nieuw paleis aldaar, dit alles ca. 20 km. Ten noorden van Ninevé. Hiervoor werd land aangekocht en schulden kwijtgescholden teneinde een behoorlijk aantal werklui te kunnen mobiliseren. Het land werd gecultiveerd en olijfplantages werden gestart om de Assyrische olieproductie te kunnen verhogen. De stad Dur-Sharrukin was vierkant en mat 1760 x 1635 mtr. De muur om de stad was 16280 meter lang, wat correspondeerde met de numerieke waarde van Sargons' naam. In 705 moest Sargon het opnemen tegen de Simmeriërs, een nomadenstam uit het zuiden van Rusland die op het punt stonden om Urartu en Phrygië te verwoesten en daarna verder westwaarts te trekken, Sargon stierf in deze strijd en werd opgevolgd door zijn zoon Sennaherib, die regeerde van 704-681 v.C. Tijdens de regeerperiode van Sargon slaagden de Assyriërs er in om het koninkrijk Israël volledig te verslaan, dit vormde de basis van de legende van de "tien verloren stammen van Israël".
Satrapie(ën)
Grote provincies van het oud-Perzische rijk, onder heerschappij van de satraap. Darius stelde als eerste de satrapieën in (21 stuks). De satrapen hadden heerschappij over hun satrapie, vooral in de veraf gelegen satrapieën mondde deze heerschappij uit in vrijwel volledige autonomie, vanwege de grote afstand tot de troon.