Michelangelo Buonarotti
Italiaans beeldhouwer, schilder, architect en dichter, 1475-1564. Leerling van schilder Ghirlandajo, vervolgens van de beeldhouwer Bertoldo (in Florence). De bekendste marmeren beelden uit zijn beginperiode zijn: de "Pietà" voor de St. Pieterskerk (1498-1501), het reusachtige "beeld van David" in Florence (1504) en de "Madonna met Kind" in Brugge. Michelangelo ging in 1505 op uitnodiging van paus Julius II naar Rome, waar hij het eerste plan voor diens Mausoleum ontwierp. Van 1508-1512 schilderde hij de fresco's in het gewelf van de Sixtijnse Kapel (o.a. scheppingsverhaal, profeten, sibillen). Voor het graf van de paus maakte hij in 1513 "de twee gevangenen" (thans in het Louvre). Van 1516-1517 maakte hij het "Mozesbeeld" en van 1520-1522 de "vier gevangenen" (thans in de Academie te Florence). Van 1524-1534 kwamen van zijn hand de "grafmonumenten der Medici" in de door hem gebouwde sacristie der S.Lorenzokerk te Florence. Daarnaast kennen we de "Biblioteca Laurenziana" (1524 te Florence) en de frescoschilderingen in het gewelf van de Sixtijnse Kapel. Bij het in 1545 voltooide mausoleum van Julius II werd alleen zijn "Mozesbeeld" opgenomen. Tot de werken uit zijn laatste periode behoren steeds eenvoudiger opgevatte Pietà's (Florence, Milaan) en bouwwerken (Palazzo Farnese te Rome). Vanaf 1547 was hij bouwmeester van de St.Pieter, waarvan de door hem in de geest van Brunelleschi begonnen koepel (pas na zijn dood voltooid) zijn grootste schepping als bouwmeester is. Het werk van Michelangelo is de weerspiegeling van zijn leven: een lijdensweg. Op zijn geestdriftige opwellingen en zijn scheppingsdrang volgden zware ontgoochelingen en trieste teleurstellingen. Zijn reuzengestalten hebben forse, gespierde, gezwollen vormen. Zelfs schilderijen zijn plastisch opgevat. Zijn stijl is ondanks alle uitdrukkingsvormen syntetisch, klaar en duidelijk. In zijn werk ligt al het dualisme van de barok: de strijd tussen beweging en rust. Michelangelo is een kunstenaar die men wel benaderen kan, maar niet geheel kan begrijpen, een genie zoals we maar heel weinig zien. Kunstenaars kunnen hem navolgen, maar vervallen al te gemakkelijk in maniërisme; hen ontbreekt dan al gauw de oorspronkelijkheid. Zijn "Rime", bestaande uit sonetten, stanzen, madrigalen en fragmenten, heeft hij grotendeels op rijpere leeftijd te Rome geschreven. Michelangelo bezong in zijn poëzie de aardse schoonheid, de nacht, de dood, de kunst, als uitdrukking van het goddelijke in de mens en verder zijn -in neoplatoonse geest opgevatte- liefde voor Vittoria Colonna en zijn patriottische en godsdienstige gevoelens. Michelangelo heeft veel met Dante gemeen. Zijn stijl is bondig, soms moeizaam en ruig en vaak aangrijpend. Beroemd zijn o.a. zijn verzen aan Vittoria Colonna, aan Dante en aan zijn beeld "de nacht". Biografisch zeer interessant zijn ook zijn oprechte brieven (lettere).
Minaret (Arabisch: Manara = vuurtoren)
De bij moskeeën behorende toren, meestal spits toelopend, soms van boven naar beneden eerst smal, dan breed uitlopend waarna weer versmald, maar ook in vele andere vormen, van waaraf de gebedsroeper (muezzin) oproept tot islamitisch plichtgebed (salat). De oudere minaretten waren vierkant, de latere rond. In de oostelijke landen van de islam heeft een moskee vaak meer dan één minaret. In Indonesië hebben de gewone moskeeën meestal geen enkele minaret.
Minoïsche beschaving / tijdperk
Oude Kretenzische cultuur, zijnde een stadium in de ontwikkeling van de Aegeïsche
beschaving. Genoemd naar de legendarische (mythologische) koning Minos van Kreta. Verdeeld in drie tijdvakken die de gehele bronstijd bevatten: het vroege Minoïsche tijdperk (3000 v.C. - 2200 v.C.), het middel-Minoïsch tijdperk (2200 v.C. - 1500 v.C.) en het laat-Minoïsche tijdperk (1500 v.C. - 1000 v.C.). De ontwikkeling begon bij de introductie van het gebruik van metaal, vooral brons en de eerste geschriften (hiëroglyphen). In de midden-Minoïsche periode werden de grote paleizen gebouwd in Knossos en Phaestus, toen werd ook een pictografisch schrift gebruikt (bekend als lineair A). Keramiek, ivoorsnijwerk en metaalbewerking bereikten hun hoogtepunt. De Minoïsche marine breidde zijn macht uit over het Middellandse Zeegebied. Aan het einde van deze periode werd door een aardbeving en waarschijnlijk ook een invasie Knossos vernietigd, maar later werd het paleis weer herbouwd. Er zijn bewijzen dat tijdens deze periode een nieuw schrift werd gehanteerd (lineair B), wat duidt op de aanwezigheid van Myceense Grieken. Ca. 1500 v.C. werd Knossos wederom vernietigd, wederom door een aardbeving, gevolgd door een inval (uit het Myceense vasteland). Het paleis werd ca. 1400 v.C. geheel verwoest waarna dit gebied verviel in armoede. In deze periode verdween het cultureel centrum richting het Myceense vasteland.
Minos
In de Griekse mythologie, koning van Kreta, zoon van Zeus en Europa. Getrouwd met Pasifaë. Met haar kreeg hij de kinderen: Androgeus, Glaucus, Ariadne en Phaedra. Omdat Minos er niet in slaagde een mooie witte stier aan Poseidon te offeren, zorgde deze god ervoor dat Pasifaë een lustgevoel kreeg voor dit dier, waardoor ze zelfs moeder werd van de Minotaurus, een monster met het hoofd van een stier en het lichaam van een man. De handwerksman Daedalus construeerde het labyrint waarin het monster werd opgesloten. Toen koning Aegeus van Athene Androgeus doodde, werd hij wraakvol door Minos gedwongen om jaarlijks zeven jonge mannen en zeven jonge maagden af te staan, deze sloot hij op in het labyrint alwaar ze verhongerden of werden verscheurd door de Minotaurus. Uiteindelijk voegde Theseus zich bij één van deze groepen jongelingen en doodde de Minotaurus. Minos werd de meest welvarende koning van het Middellandse Zeegebied en was bekend om zijn macht en rechtvaardigheid. Samen met Aeacus en Rhadamanthus werd hij één van de drie rechters van Hades. Deze mythe is waarschijnlijk ontstaan doordat Minos de titel of de naam was van een oude Kretenzische koning, aldus wordt tegenwoordig aangenomen.
Mithra(s)
Oorspronkelijk lichtgod der oude Iraanse bevolking, uit de Indische veda's en de Perzische Awesta bekend. Zijn eredienst breidde zich onder de Perzen over heel Voor-Azië uit, waarna in Klein-Azië een mysteriëncultus ontstond die vooral in het Romeinse rijk een enorme rol ging spelen. Vormde lange tijd een groot concurrent voor het opkomende Christendom. Zijn cultus werd meestal gediend in onderaardse heiligdommen (Mithraeum).
Mitra
Hindoegod van de vriendschappelijke gezindheid. Nauw verbonden met Mithra(s).
Mithridates I (195-138 v.C.)
"Grote koning" van Parthië van 171-138 v.C., volgde zijn broer Phraates I op. Zoon van Priapatius die in 176 v.C. overleed. Hij maakte Parthië tot een politieke grootmacht en breidde het rijk naar het westen uit tot en met Mesopotamië. Tijdens zijn regeerperiode overwonnen de Parthen Babylonië (144), Medië (141) en Perzië (139), de laatste nadat Mithridates Demetrius II van Syrië (dynastie der Seleucieden) gevangen wist te nemen. Later trouwde deze Dmetrius met de dochter van diezelfde Mithridates: Rhodogune. Naar het oosten toe breidde Mithridates zijn rijk uit met Margiana, Arië en Bactrië en voltooide daarmee de volledige zeggenschap van Parthië over de handelsroutes tussen het Oosten en het Westen, de zijderoute en de Perzische "koninklijke weg". Deze ontwikkeling was de grondlegging van de Partische roem en rijkdom. Mithridates nam eveneens het initiatief van de Grieken over om te komen tot een Hellenisering van het rijk en noemde zichzelf vaak "Philhellene" (vriend van de Grieken). Dit zien we terug op vele munten uit zijn periode. Overigens was het diezelfde Mithridates die het slaan van munten weer herinvoerde nadat dit was gestaakt toen Arsaces II (211-191 v.C.) zich moest onderwerpen aan Antiochus III (Seleucieden) in 206. Zijn naaam heeft maken met de god Mithra. Zijn zoon Phraates II volgde hem op als koning van Parthië.
Mithridates II (De Grote)
Koning van Parthië van 124-88 v.C. Tijdens zijn regeerperiode bereikte Parthië haar grootste uitbreiding. Hij redde het koninkrijk van de Scythen (Saken, Tocharen) die Bactië en Oost-Iran bezetten en die zijn voorganger in de strijd doodden. Mithridates II breidde de grenzen van het rijk tot maximale grootte uit, volgens de Romeinse geschiedschrijver Junianus Justinus, van wie bekend is dat hij Mithridates II vaak verwarde met Mithridates III, onder wiens heerschappij Parthië juist te kampen kreeg met grote tegenslagen. Hij versloeg koning Artavasdes van Armenië en veroverde zeventig valleien, de prins Tigranes werd gijzelaar van de Parthen onder Mithridates II. Ook hij wijdde, evenals Mithridates I zijn naam aan de god Mithra. Zijn munten tonen hem als gebaard mansfiguur met een hoge kroon op het hoofd waarop duidelijk een ster zichtbaar is. Hij bemoeide zich eveneens met de oorlogen tijdens de Syrische dynastieën en was de eerste Parthische koning die onderhandelde met Rome, dat destijds vertegenwoordigd werd door Sulla, Praetor van Silicië in 92 v.C.
Mittani
Van oorsprong Hoerritisch volk in het oude Klein-Azië. Het Mittani-rijk kende haar bloeiperiode tussen 1450 en 1350 v.C. Hoofdstad: Wassuganni. De belangrijkste vorst van de Mittani was Shaushshatar, onder diens regering strekt het rijk zich uit van het Zagros-gebergte in het oosten (Iran), tot aan de Middellandse zee en van het Wanmeer tot aan Assur. Onder Tushratta ongelukkige oorlogen met Assyrië en de Hittieten. Ugarit, Aleppo en Karchemish in Syrië worden afhankelijk van de Hittieten.