Lexicon jo
Joden (Jehoedi) en Israël
Ga naar:
Geschiedenis van de Joden
Israël algemeen
Geschiedenis van Israël
Oorspronkelijk leden van de stam Hehoeda (Juda). Sinds de terugkeer uit de Babylonische ballingschap de aanduiding voor alle Israëlieten. We kunnen het Joodse volk als volgt onderscheiden: de Sefardiem, zij werden in 1492 uit Spanje verdreven en vestigden zich in noord-Afrika, Italië, Nederland en Turkije. Hun taal is het Ladino. De andere groep noemen we de Asjkenaziem, deze vestigden zich in Duitsland en Oost-Europa, hun taal is het jiddisj. Hoewel het Joodse volk sinds de oudheid over diverse werelddelen is verspreid, hebben zij hun eigen identiteit weten te behouden.
Algemeen: Medinat Israël, republiek in Zuid-West Azië, hoofdstad Jerusalem (sinds 1950). De officiële talen zijn het Hebreeuws (Iwriet) en het Arabisch. 90% is Joods, verder ook christenen, moslims enz. Het recht is deels naar Engels model. Bekend als het oude Palestina, waarbij de Palestijnen zich hebben samengeclusterd en ca. 10% van de bevolking uitmaken. De Israëlieten hebben Joodse nederzettingen gevestigd in de Palestijnse gebieden, wat tot veel tegenstand leidt. De Palestijnse minderheid verzet zich tegen de (oprukkende) Joden en voelen zich onderdrukt. De Palestijnse opstand wordt ook wel Intifada genoemd. De Joodse bevolking is afkomstig uit Azië, Amerika, Afrika en Europa (zionisme). Naast collectief grondbezit (kibboets) bestaat er ook particulier grondbezit. Israël tracht de watervoorziening te beïnvloeden door regulering van de Jordaan, wat op weerstand stuit uit de Arabische wereld. De voornaamste havens zijn: Jaffa, Haifa en Tel Aviv, verder nog Eilat aan de Dode Zee. Terug naar begin
Geschiedenis: In het Oude Testament doorgaans de aanduiding voor het zogenaamde tienstammenrijk in het noorden van Palestina, in onderscheid met Juda, de twee stammen van het zuidelijke rijk. verder ook in het Oude Testament de nieuwe naam die aartsvader Jakob droeg na zijn worsteling bij Pniël. Buiten Genesis (eerste boek van de Bijbel) wordt als stamvader de naam Jakob gehanteerd en de naam Israël gehanteerd als naam van het volk, ook wel kinderen Israëls of huis Israëls. De term wordt ook gebruikt voor de gezamenlijke twaalf stammen, niet zozeer als een nationaal verband, maar meer als een godsdienstgemeenschap. De geschiedenis van de godsdienstgemeenschap begint met de uittocht uit Egypte onder leiding van Mozes. Na vele omzwervingen vestigde het volk zich in Kanaän, waarbij de stammen weinig onderling verband kenden. Zij voerden zware strijd tegen de oorspronkelijke Kanaänitische bewoners. De overwinning op de oorspronkelijke bevolking bracht een verregaande vermenging met zich mee, waardoor ook de godsdienst sterk werd aangetast. Latere strijd met de omwonende volken (Moabieten, Filistijnen, Edomieten) verhoogde echter de religieuze solidariteit terwijl de tijdelijke Filistijnse overheersing leidde tot vereniging der volken onder koning Saul. De bevrijding ging uit van de stam Benjamin (het stamland van Saul) gesteund door de stam Juda. Na de dood van Saul viel het rijk uiteen, maar herenigde zich onder David (uit de stam Juda) en beleefde het een bloeitijd onder diens zoon Salomo (? - 933 v.C.). Daarna viel opnieuw het rijk uiteen in het tien- en twee-stammengedeelte, de laatste had als hoofdstad Jerusalem. Het tienstammenrijk eindigde met de verovering van Assyrië (722 v.C.), het tweestammenrijk eindigde met de verovering door Babylonië (586 v.C.). Het nieuwe Israël begon met het stichten van de staat door het Zionisme in Palestina aan het einde van de 19e eeuw. Na de eerste wereldoorlog had Engeland het mandaat over Israël, in 1947 verdeelden de Verenigde Naties het land in een Joodse en een Arabische staat met een bijzondere status voor Jerusalem. In 1948 vond de opheffing van het Engelse mandaat plaats waarna Ben Goerion officieel de staat Israël uitriep. Onmiddellijk daarna trokken Egypte, Jordanië, Syrië en Irak ten strijde tegen Israël, maar werden met uitzondering van Jordanië allen verslagen. Daarna volgde een wapenstilstand met bemiddeling van de Verenigde Naties. Jordanië voegde een stuk van Palestina bij zijn grondgebied. In 1956 pleegde Israël een verrassingsaanval op Egypte dat Sinaï moest prijsgeven, maar na druk van de Verenigde Naties moest Israël zich weer terugtrekken. Nadien vond weer een oorlog plaats met Egypte, Jordanië, Syrië en Irak, die zich verder gesteund voelden door Algerije, Marokko, Tunis, Lybië en Libanon. De luchtmacht van Israël schakelde weer op verrassende wijze de luchtmachten van Egypte, Syrië en Jordanië uit, bezette de Gazastrook en dreef de Egyptenaren terug tot het Suezkanaal. In het Cisjordaanse bezette Israël verder de oude stad Jerusalem en verder het gehele gebied ten westen van de Jordaan. Op verzoek van Syrië werd door de veiligheidsraad een wapenstilstand opgelegd en de oost-Europese landen verbraken de banden met Israël onder aanvoering van de USSR. Nadien bleven de verhoudingen van Israël met de omringende landen slecht, in 1973 kwam het weer tot een oorlog. Na 1977 verbeterde de situatie iets door vredesinspanningen van president Sadat van Egypte. In 1978 bezette Israël de grensstrook met Libanon, waarna de Verenigde Naties daar een vredesmacht stationeren. In 1979 kwam een vredesaccoord, echter tot heden zijn de relaties met de omringende landen gespannen en die met de Palestijnen letterlijk en figuurlijk explosief (Intifada). Terug naar begin
Johannieterorde
Oudste geestelijke ridderorde, in 1099 te Jerusalem opgericht als broederschap van het hospitaal van Sint-Jan met als doel: verpleging van zieken en strijden voor het christendom. Drie klassen: ridders (kleding: zwarte, in oorlog rode mantel met wit kruis), priesters en broeders. Na de verovering van Jerusalem door Saladijn (1187), kwam de zetel te Acca (1191-1291), Cyprus (1291-1310), Rhodos (1310-1523; ridders van Rhodos), Malta (1530-1798; Malthezer ridders). Daarna te Rome waar de hoofdzetel nog steeds is. De organisatie was verdeeld in acht provincies of tongen (linguae), onderverdeeld in grootprioraten en balijen, deze weer in commanderijen. Nederland behoorde tot de provincie Duitsland, bestuurd door de grootprior te Heitersheim (Breisgau-Baden). Thans zijn er vier grootprioraten en een aantal balijen. De Engelse afdeling die sedert de 16e eeuw door Hendrik VIII onder verbeurdverklaring opgeheven was, is later als zelfstandige British Grand Priority hersteld en bestaat nog steeds. De balije Brandenburg, in de 16e eeuw tot hervormde kerk overgegaan en deswege uit de orde getreden, vormde sedertdien een afzonderlijke, protestants-christelijke organisatie. Één harer meest bekende "Herrenmeisters" was Maurits van Nassau-Siegen, "de Braziliaan" (van 1652-1697). De balije werd bij edict van 31-10-1810 door de koning van Pruisen opgeheven en 23-5-1812 in nieuwe vorm de Kön. Preussische Sankt Johannieterorden, weer opgericht. Op 15-10-1852 werd de balije weer hersteld. De keizer van Duitsland werd later beschermheer. In Nederland werd op initiatief van prins Hendrik een afdeling der balije als commanderij Nederland ingesteld op 30-4-1909. Deze scheidde zich in 1646 van de balije af en werd zelfstandig onder de naam Orde van Sint Jan / Maltezer orde.
Jordanië (Al Malaka al Urdunuya al Hashimiyah)
Koninkrijk in voor-Azië, 96622 km.2 Hoofdstad: Amman. Godsdienst: ca. 90% moslim, verder christenen die tot verschillende oosterse kerken behoren. Officiële taal: Arabisch. Recht: deel op Europees voorbeeld, deels Islamitisch recht. Jordanië bestaat voor 80% uit woestijn en steppen, in het westen kalksteenheuvels, waar een aantal zijtakken van de Jordaan uitmonden. De gehele Jordaanvallei ligt beneden zeeniveau. Ten oosten van de Jordaan de oude
landstreken Gilead, Moab en Edom. Het klimaat bestaat uit lange, hete, droge zomers, korte milde enigszins vochtige winters. Weinig regen. Jordanië heeft heel weinig natuurlijke hulpbronnen, dit maakt dat Jordanië grotendeels afhankelijk is van import. In de landbouw wordt in sterke mate bevloeiïng toegepast. Vooral in het westen wordt verbouwd: tarwe, gerst, gierst, maïs, wijn, olijven en zuidvruchten. In de droge streken van het oosten bedrijven de Bedoeïenen veeteelt: schapen, geiten en een beetje kamelen. Potas, fosfaten en kalizouten worden aan de dode zee gewonnen. De munteenheid is de Jordaan-dinar. Belangrijke bronnen van inkomsten vormen het pelgrims- en vreemdelingenverkeer naar heilige plaatsen, hetgeen men stimuleert, o.a. door een beter verkeersnet aan te leggen. Akaba aan de rode zee is de enige haven. Luchthavens zijn Amman en Jeruzalem.
Geschiedenis: sinds de zestiende eeuw was Jordanië een deel van het Turkse rijk, dat in 1919 ineen stortte. Daarna werd het Engels mandaatgebied (Transjordanië), waar de Engelsen Abdoellah als Emir aan het roer brachten. In 1946 werd Jordanië formeel onafhankelijk. Terwijl de oorlog tegen Israël voor andere Arabische staten een debacle werd, bezetten Transjordanische troepen het Judese heuvelland aan de andere zijde van de Jordaan en Oost-Jeruzalem, sindsdien noemt het land zich Jordanië. In de Israëlisch-Arabische oorlog bezette Israël alle Jordanische gebieden ten westen van de Jordaan, inclusief de oude stad van Jeruzalem.
Mespotamië / Sumerië / Babylon / Irak
Orakels, sibilles en andere zieners