Oudste Indo-Germaanse cultuurvolk, bewoners van Hatti (voorheen Hattieten). Dringen samen met de Luwi rond 2000 v.C. binnen in Klein-Azië, het gedeelte dat tot dusver bewoond werd door proto-Chatti. De talen destijds waren het Chattili van de Chatti, het Luwili van de Luwi en het Nasili van de Hittieten. De naam Hittieten is niet Indo-Germaans maar afkomstig uit de bijbel en de Assyrische geschiedschrijving. Na een zware strijd met de inheemse Klein-Aziatische bevolking vindt de stichting plaats van een rijk in Anatolië, met als hoofdstad Kusjsjara/Kushara.
Van 1640-1380 v.C. kennen we het oude Hittietenrijk. De eerste belangrijke koning, zijnde de stichter van het rijk was Labarna, diens naam wordt de titel van de latere Hittietenkoningen, die worden aangewezen door hun voorgangers en na hun dood als god worden vereerd. De koning is opperrechter, priester en legeraanvoerder. De koningin had eveneens een sterke positie (tawannanna), alsmede de adel (stand van vrije krijgers). De invloed van de adel wordt later teruggedrongen door de ambtenaren. Onder Labarna's opvolger Shattushilish/Sjattusjilisj vond een overheveling van het politieke centrum plaats naar Hattusjasj. De Hittieten dringen op naar Syrië. Murshilish, opvolger van Shattushilish, onderwerpt Aleppo en verovert Babylon in 1531. Na Murshilish' gewelddadige dood verzwakte het Hittietenrijk door binnenlandse verwarring (koningsmoorden).In ongeveer 1460 v.C. onder Telepinus zien we herstel van de rust in het Hittieten-binnenland door o.a. een wettelijke regeling voor de troonopvolging. De adel behoudt zijn rechten. Onder Telepinus' opvolgers vindt een verdere versterking van het rijk plaats.
1380-1200 v.C.: nieuwe Hittietenrijk. 1380-1346 v.C.: Onder Shuppiliuliuma erkenning van het Hittietenrijk als grote mogendheid. Onderwerping van grote gebieden in Klein-Azië en vernietiging van het Mittani-rijk der Hoerrieten. Onder Murshilish II, zoon van Shuppiluliuma, uitbreidingen naar het oosten en het westen. Muwatallish behaalt bij Kadesh in Syrië de grote overwinning op de Egyptenaren. Rond 1200 v.C. stort het Hittietenrijk ineen in de "zeevolkenstorm". De Hittieten kenden een humane oorlogvoering en wetgeving; geld- en vrijheidsstraffen, bescherming van de rechten van man en vrouw. Ze hadden een patriarchale, hoog ontwikkelde, agrarisch-gerichte economie. Verder waren ze bekend om hun ijzer dat ze uit de bodem haalden en verhandelden met de Assyriërs, eveneens gebruikten ze het metaal voor fabricage van hun eigen wapens en waren berucht om hun 3-mans strijdwagen. Hun samenleving stond open voor invloeden van buitenaf, we zien dan ook namen, godenvereringen en gebruiken die afkomstig zijn van omliggende volkeren, met name de Hoerrieten hebben een belangrijke steen bijgedragen, deze openheid heeft ons geholpen in het kraken van de hiërogliefencode van de Hittieten, door dit naast Akkadische teksten te leggen die dezelfde inhoud bevatten. Niet alles hebben we kunnen ontcijferen, daarom moeten we vooral bij benamingen vaak gebruik maken van de Hoerritische of Akkadische equivalenten.
| Oude Hittitische koninkrijk: 1660 - 1460 v.C.: | |
|---|---|
| Pithana | Begin 18e eeuw ? |
| Anitta | Midden 18e eeuw ? |
| Labarna | 1680-1650 |
| Hattusjilisj I | 1650-1620 |
| Mursjilisj I | 1620-1590 |
| Hantilisj I | 1590-1560 |
| Zidanta I | 1560-1550 |
| Ammuna | 1550-1530 |
| Huzzia I | 1530-1525 |
| Telepinus | 1525-1500 |
| Tahurwaili | 1500-1450 |
| Alluvamna | 1450-1452 |
| Hantilisj II | 1452-1453 |
| Zidanta II | 1453-1457 ? |
| Huzziya II | 1457-1460 ? |
| Grote (nieuwe) Hittitische koninkrijk 1460 - 1190 v.C.: | |
| Tudhaliya II | 1450-1420 |
| Arnuwanda I | 1420-1400 |
| Hattusjilisj II | 1400-1395 |
| Tudhaliya III | 1395-1380 |
| Suppiluliuma I | 1380-1340 |
| Arnuwanda II | 1346-1345 |
| Mursjilisj II | 1339-1306 |
| Muwattalli(sj) | 1306-1282 |
| Mursjilisj III | 1282-1275 |
| Urhi-Teshup=Mursilis III | 1282-1275 |
| Hattusjilisj III | 1275-1250 |
| Tudhaliya IV | 1250-1220 |
| Arnuwanda III | 1220-1215 |
| Suppiluliuma II | 1215-1190 ? |

