Lexicon fr
Fradmon (phradmon) (2e helft 5e eeuw
Grieks beeldhouwer, beroemd om zijn werk aan de tempel van Artemis te Efese.
Fresco
Schildertechniek die, in tegenstelling met de encaustische schilderwijze, de tempera en seccotechnieken, de verf, vermengd met lijm, eiwit of suikeroplossingen, aanbrengt op een natte, fijngewreven mortellaag, samengesteld uit zand en kalk. Door het drogingsproces van de kalk wordt de verflaag aan de oppervlakte gefixeerd en is niet meer weg te wrijven of op te lossen. Er zijn overblijfselen bewaard gebleven uit perioden lang voor de christelijke jaartelling. In Nederland heeft men weliswaar reeds in de Middeleeuwen een enkele maal deze techniek toegepast, maar zij is nooit tot bloei gekomen. Van alle moderne procédé's (caseïnetechniek, zogenaamde kaimverf, enz.) moet men het zuivere fresco onderscheiden.
Frygië / Frigië / Phrygia
In de oudheid een koninkrijk in het centraal-westelijk deel van de Anatolische hooglanden, tegenwoordig een gedeelte van Turkije. Het heeft een rijke mythologische geschiedenis als het thuisland van de Grote Moedergodin Cybele en het was zeer invloedrijk voordat het werd overlopen door Kimmerische volkeren. Nadien werd het veroverd door buurland Lydië en weer later werd het deel van achtereenvolgens: het Perzische rijk van Cyrus de Grote, het Macedonische rijk van Alexander de Grote én zijn opvolgers, Pergamon/Pergamum en uiteindelijk het Romeinse rijk. De Moedergodin Cybele die in Frygië aanbeden werd, droeg een lange jurk met riem, had een hoog kapsel en een sluier over haar gehele lichaam. De latere versie van Cybele, werd weergegeven door de beeldhouwer Agoracritos, leerling van Feidias en werd het meest bekend als voorstelling van de godin. Het beeldt haar menselijk uit, met haar hand rustende op een leeuw en in de andere hand een tympanon (tambourijn-achtige trom). In de Frygische bergen waar ze oorspronkelijk aanbeden werd, werd ze de "bergmoeder" genoemd. Haar oorspronkelijke machtszetel was echter gelegen in Kolchis, in het noorden, wat het thuisland was van Medea (de mythische moeder van de Meden). Haar tempels en heiligdommen lagen altijd in de bergen en haar behoeders waren altijd leeuwen of luipaarden. De Frygiërs aanbaden verder eveneens Sabazios, de hemel- en vadergod die afgeschilderd wordt op de rug van een paard. Frigië wordt in het bijbelse boek "handelingen (16:6)" genoemd als één van de plaatsen die bezocht werden door Paulus op zijn tweede missie-reis. Frygië had verder een uitgebreide cultuur in de bronstijd en had een grote invloed op de muziekontwikkeling in Griekenland. De Frygiërs spraken een Indo-Europese taal en adopteerden het Foenicische alfabet; enkele dozijnen Frygische inscripties zijn tijdens opgravingen aangetroffen: ze zijn en blijven onvertaald en alles wat we weten van Frygië is feitelijk tweedehands uit Griekse bronnen. Na de ineenstorting van Hittitische rijk in het begin van de 12e eeuw v.C., werd het politieke vacuüm dat ontstond in Anatolië opgevuld door een golf van Indo-Europese migranten uit Europa inclusief de Frygiërs, die daar hun koninkrijk vestigden, met als uiteindelijke hoofdstad Gordium. Het is nog immer niet bekend of de Frygiërs actief deelnamen aan de ineenstorting van de Hittitische hoofdstad Hattusa, of dat ze eenvoudigweg het vacuüm opvulden dat destijds ontstond. De Frygische koning Midas was voorheen koning van de Moschi/Brigi in het westelijk deel van Thracië, dat later bekend werd als Macedonië. Deze Midas migreerde met zijn volk door Thracië heen en bereikte uiteindelijk Klein-Azië rond 1.200 v.C.. Door de Egyptenaren werden ze aangeduid als de "zeevolken". Latere Frygische koningen werden Gordias, Midas en Tantalus. In de periode vóór de Trojaanse oorlog, tussen twee regeerperiodes in, werd de agrariër Gordias koning van Frygië, waarmee hij een voorspelling van een orakel tot bewaarheid maakte. De Frygiërs gingen voor raad naar het orakel van Sabazios (voor de Grieken: "Zeus") te Telmissus, in dát deel van Frygië dat later bekend werd als Galatië. Het orakel had hen de instructie gegeven om de eerste man die in een wagen naar de tempel kwam rijden tot koning te kronen, deze man was dus Gordias. Hij had de teugels met een zelf verzonnen knoop om zijn middel gebonden: de zogenaamde "gordiaanse knoop". Hij stichtte daarop de hoofdstad Gordium in West-Anatolië, gelegen aan een oude weg door het hart van de streek, die later bekend werd als de "Koninklijke weg" ten tijde van Darius de "Grote koning" van Perzië. De mythische "Midas van Thracië", reisde, vergezeld door een grote groep mensen naar Klein-Azië, om de ongewenste resten van de "gouden aanraking" weg te spoelen in de rivier "Pactolus". Het goudstof in de rivier achterlatende, besefte hij dat hij zich bevond te Frygië, waar hij door de kinderloze koning Gordias geadopteerd werd en onder bescherming werd gesteld van Cybele de moedergodin. Homerus verhaalt dat de Trojaanse koning Priamus nog eens de Frygiërs te hulp was geschoten, toen zij werden aangevallen door de Amazonen. Verder kennen we de Frygische sibylle als de priesteresse en zieneres van het orakel van Apollo te Frygië. Tussen de 12e en 7e eeuw v.C. domineerden de Frygiërs Klein-Azië en onderhielden zij nauwe contacten met de Ariërs in het Oosten en de Grieken in het westen. Van de 8ste tot de 7e eeuw v.C. beleefde Frygië onder koning Midas de Frygische "gouden eeuw". Nadien veroorzaakten de invallen van de Kimmeriërs de ineenstorting van het Frygische rijk. Gordium is hedentendage één van de belangrijkste archeologische opgravingssites uit die periode met de bekende "tombe van Midas" waarin vele archeologisch interessante artefacten zijn aangetroffen. Na de Kimmeriërs zien we als overheerser "Croesus" van Lydië, gevolgd door Cyrus de Grote van Perzië. Frygië werd een Perzische satrapie met als hoofdstad Dascylion. Langzamerhand verloren de Frygiërs hun gebruiken en eigen identiteit en werden uiteindelijk door de Grieken als saai volk gememoreerd. Onder Alexander de Grote werd Frygië deel van de Hellenistische wereld, wat onveranderd bleef onder zijn opvolgers tot het uiteindelijk tot Pergamum ging behoren in 188 v.C. In 133 v.C. werd Frygië deel van het Romeinse rijk waarbij het werd opgedeeld in de noordelijke provincie "Galatia" en de westelijke provincie "Asia". Sindsdien verdween Frygië voorgoed van de kaart.
Mespotamië / Sumerië / Babylon / Irak
Orakels, sibilles en andere zieners