Damascus / Dimashq / esh-Sham / Damas
Hoofdstad van Syrië, gelegen in het zuidwesten achter het gebergte dat Syrië scheidt van Libanon. Gevestigd in de Ghouta-oase and de rand van de Syrische woestijn en wordt in tweeën gedeeld door de Barada-rivier. Het oude Damascus ligt ten zuiden van de Barada, hier liggen enkele zeer bijzondere gebouwen, waaronder de grote Moskee en een vierhoekige citadel. Verder treffen we hier paleizen aan, kloosters en musea, alsmede de in de bijbel genoemde "rechte straat" van oost naar west, tegenwoordig geflankeerd door vele bazaars. Sporen van bewoning van
vóór 2000 v.C. zijn aangetroffen en artefacten die leren dat Damascus reeds in de "prehistorie" bestond als nederzetting. Damascus' geschiedenis begint bij de Egyptenaren die rond 2000 v.C. de stad uit handen moesten geven aan de Hittieten en werd later veroverd door de Israëlieten en de Arameërs. In 732 v.C. maakte Tiglatpileser III het tot deel van het Assyrische rijk, waarna van de 6e tot de 4e eeuw v.C. Damascus een provinciale hoofdstad was van het Perzische rijk tot het in 332 v.C. overging in de handen van Alexander de Grote. Nadien werd het overheerst door respectievelijk de Seleucieden, de Armeniërs, de Romeinen (een tijd waarin Paulus onderweg naar Damascus zijn bekende bekering tot het Christendom aanvaardde, ook was het in deze periode dat de stad/streek zélf steeds meer Christelijk ging worden), de Byzantijnen en de Arabieren. Na de Arabische periode zien we overheersingen door de Egyptenaren, de Karmathiërs en de Seldsjoek-(Turk)en, de kruisvaarders hebben meerdere malen zonder succes geprobeerd de stad te veroveren, welvaart onder de Saracenen, waarna de verovering der Mongolen onder Hulagu Khan in 1260 en in 1400 onder Timur (onderlinge strijd tussen Mongoolse heersers). In 1516 werd Damascus veroverd door de Ottomaanse Turken en bleef nadien 400 jaar als zodanig tot de inname door de Britten in 1918. De Britten gaven tegen de beloftes in de stad niet terug aan de Arabieren na de eerste wereldoorlog, maar Damascus werd hoofdstad van de Franse Levant-staten. In 1925 en 1926 vonden opstanden tegen de Fransen plaats, waarbij belangrijke delen van de stad zwaar werden beschadigd of verwoest. In 1941 werd Damascus de hoofdstad van het onafhankelijke Syrië dat zich in 1961 terugtrok uit de verenigde Arabische republiek.
Dardanellen
Voorheen, in de oudheid, Hellespont genoemd. Een nauwe zeestraat in het noordwesten van Turkije, die de Aegeïsche zee met de zee/het meer van Marmara verbindt. Nét zoals de Bosporus, scheidt het Europa van Azië. In de geschiedenis had de straat een belangrijke strategische rol, bijvoorbeeld bij de Trojaanse oorlog, ten tijde van Xerxes, die zijn Perzische leger over bruggen naar Griekenland wilde laten marcheren en eveneens ten tijde van de veroveringstochten van het Macedonische leger van Alexander de Grote. De geallieerden probeerden tijdens de eerste wereldoorlog de straat te veroveren op het Ottomaanse/Turkse rijk, wat jammerlijk mislukte en als één der grootste nederlagen wordt gezien.
Zie ook: Hellespont, Sibille van de Hellespont.
Darius I
Perzisch: Darayavaush, Bijbel: Daryavesli. De zoon van Hystaspes. Behoorde tot een jongere tak van de koninklijke familie der Achameniden. Nam de troon van Perzië na de zelfmoord van Cambyses II over van de bezetter en bedrieger Guatama die heerste onder de naam Smerdis (ook wel: Bardiya) als zogenaamde zoon van Cyrus. Om hem heen stonden diverse mensen op die beweerden meer recht op de troon te hebben dan Darius, maar Darius overwon alle moeilijkheden met slechts een kleine legerschare en vestigde zijn macht over het gehele rijk. Darius was een sterk gelover in de leer van Zoroaster (Zarathustra), maar was ook een groot staatsman en organisator. Zijn veldtochten waren vooral bedoeld om invallen van stammen uit de omliggende gebieden tot een minimum te doen beperken en rust in zijn rijk te creëren. Door zijn organisatietalent vooral wordt hij de échte opvolger van Cyrus de Grote genoemd en zélf dus ook: "Darius de Grote". Hij vestigde een munteenheid en ontwikkelde de handel naar Kabul/Afghanistan en de Indus en exploreerde de kuststrook van de Indische Oceaan. Hij liet een kanaal graven van de Nijl naar Suez en zijn schepen zeilden door de Rode Zee naar Perzië. Hij had connecties met Carthago en legde contacten met Sicilië en Italië en probeerde goodwill op te bouwen bij de omringende gebieden door bijv. de Joden toe staan hun tempel te Jerusalem te bouwen. In het algemeen kwam hij bekend te staan als grote weldoener en geliefd heerser en zijn naam is op vele overbljfselen van diverse culturen terug te vinden. Rond 512 ondernam hij veldtochten tegen de Scythen en stak met een groot leger de Bosporus over, onderwierp Oost-Thracië en zelfs de Donau werd door hem geslecht. Deze veldtochten waren bedoeld om rust in het Noorden en Oosten te verkrijgen, maar gebleken is dat de richting waarin gestreden werd, net zoals bij Alexander de Grote later gebaseerd was op geografische vergissingen. Darius liet aanvankelijk Griekenland met rust, maar de Grieken zélf begonnen de oorlogen tegen het Perzische rijk. Omdat Darius moeilijkheden kreeg in Egypte, bleef Griekenland grotendeels gespaard, maar het had met de Grieken anders wellicht een stuk slechter afgelopen. Darius was één van de grootste heersers die het Oosten ooit heeft voortgebracht.
Darius III (Kodomannos) (Ca. 380-330 v.C.)
Laatste koning van de dynastie der Achamenieden (ca. 336-330 v.C.). Afgezet door Alexander de Grote. Zoon van Arsames (zoon van Ostanes). Nadat de eunuch Bagoas Koning Ataxerxes III van Perzië vermoordde en zijn zoon en opvolger Arses in 336, koos hij Kodomannos, een ver familielid van het koningshuis als troonopvolger. Kodomannos nam de koninklijke naam Darius III aan en demonstreerde direct zijn onafhankelijkheid jegens Bagoas, die hem op zijn beurt weer trachtte te vergiftigen, maar gedwongen werd door de getipte Darius om zélf het vergif in te nemen. Darius werd koning van een verdeeld rijk waar het wemelde van de opstandige satrapen en andere rebellerende groeperingen. In 336 ondernam Philippos II van Macedonië een wraakcampagne tegen de Perzen ten gevolge van het vernietigen van diverse Atheense tempels tijdens de 2e Perzische oorlog. Hij zond een vooruitgeschoven troepenmacht onder leiding van Parmenion en Attalos naar Perzië om de Grieken aldaar te bevrijden die onder heerschappij van de Perzen waren gevallen. Nadat zijn diverse steden van Troje tot de Maiandros-rivier weer terug in handen hadden genomen werd Philippos vermoord, waarna Alexander de Grote (zijn zoon) hem opvolgde en zijn lijn verder doorzette. Darius leidde grote verliezen tijdens de slag bij de Granicus (rivier) in 334 v.C., een jaar later leed het veel grotere leger van Darius in de slag bij Issus grote verliezen en Darius moest gedwongen met het resterende deel van zijn leger vluchten, zijn gehele familie werd door Alexander gevangen genomen. Weer twee jaar later werd Darius' leger definitief door Alexander verslagen in de slag bij Gaugamela, Darius vluchtte wederom en trachtte te Ecbatana voor de vierde keer een leger te formeren, terwijl Alexander de steden Babylon, Soesa (Susa) en Persepolis innam. In 330 werd Darius in opdracht van zijn satraap Bessos vermoord, waarna Alexander hem een roemrijke begrafenis gaf en zelfs nog zijn zuster Statira trouwde in 324 v.C.