Babylon (Poort van de god) / Babylonië
Het bijbelse Babel. Gelegen bij het tegenwoordige Hilla. Stad aan de oorspronkelijke loop van de Eufraat, ten zuiden van het huidige Bagdad. Lag in het hart van het tweestromenland (Mesopotamië). Al in teksten uit het derde millenium v.C. was er sprake van Babylonië, maar was toen nog niet zo machtig als de steden die destijds ten zuiden van Babylonië lagen. Het werd pas machtig toen Hammurabi (1792-1750 v.C.), de zesde koning van de semitische dynastie, vanuit het westen zich daar vestigde, koning werd en de beroemde toren (Ziggoerat) van Babel ging bouwen. Hun god Mardoek (Bel), werd de oppergod in het neo-Babylonische rijk. Hij had heel Mesopotamië onderworpen en het land bereikte onder zijn leiding een grote bloei. Literatuur, wiskunde, astrologie, astronomie en recht bereikten grote hoogten. In het Parijse Louvre bevindt zich een stèle waarop het wetboek van Hammoerabi is uitgebeiteld, deze stèle werd omstreek 1600 v.C. door Elamitische veroveraars naar Babylonië (voormalig Mesopotamië) gebracht. Herodotos (Grieks geschiedschrijver) en Clesias (lijfarts van de Perzische koning Ataxerxes II) hebben zéér uitgebreide reisverslagen geschreven over (nieuw)-Babylonië. Na Hammoerabi's dood, raakte Babylon in verval en werd door diverse volken overheerst, waaronder Hittieten, Kassieten en Assyriërs, deze laatsten hebben de resten van de stad verder helemaal verwoest onder hun koning Sennacherib. De stad werd geheel verwoest. In 604 v.C. werd door Nebukadnezar II Babylon herbouwd, daarna beleefde de stad zijn grootste roem. De Eufraat stroomde toen dwars door Babylon heen. Volgens Herodotos was de stadsmuur het meest bijzondere bouwwerk, de muur was zó breed dat twee wagens, beiden bespannen met vier paarden elkaar moeiteloos konden passeren boven op de muur. Later zijn delen van de muur blootgelegd, evenals een 19 meter lange laan, de processieweg genoemd, welke geheel was geplaveid met witte kalksteen en rode steenslag (breccia). Deze processieweg werd geflankeerd door muren, afgezet met blauwe glazuurtegels waarin zestig leeuwenreliëfs waren aangebracht. De weg liep door de Isjtarpoort naar de tempel van Mardoek, die door Nebukadnezar II was herbouwd. Achter deze tempel lag de (vervallen) toren, welke tot negen verdiepingen werd gerestaureerd (ca. 100 meter hoog). Deze toren werd door de Babyloniërs gekend als Etemenanki (Huis van de fundamenten van hemel en aarde). Nebukadnezar was ook degene die de hangende tuinen van Babylon liet bouwen (1 van de 7 wereldwonderen). Na de dood van Nebukadnezar raakte Babylonië snel in verval, de laatste koning was Nabonidus (556-539 v.C.), zijn zoon Belsassar trad als regent op. In 539 nam Cyrus de Grote de stad in en maakte van Babylonië een satrapie van het Perzische rijk. In 482 v.C. beval Xerxes de verwoesting van de stad, het verval werd nog groter doordat latere koningen van het rijk de stad geheel verwaarloosden. Zelfs Alexander de Grote heeft nog overwogen de stad te herbouwen, doch de Romeinen troffen haar ca. 200 v.C. al geheel verlaten aan. Babylon kennen we verder ook nog van de Babylonische ballingschap (Joodse volk), de Babylonische gevangenschap (pausen in Frankrijk), de Babylonische letterkunde en wetenschap, de Babylonisch-Assyrische kunst en godsdienst en de bekende Babylonische spraakverwarring (uitwaaieren der volkeren uit Babylonië en het ontstaan van verschillende talen daarna, aldus de Bijbel). Zie verder ook: Irak
badtibira
Oude stad in Mesopotamië, één van de 5 steden van vóór de grote vloed, waarover gesproken wordt in de Sumerische koningslijst. Heeft volgens deze lijst de meeste tijd in de oudheid bestreken. Opgedragen aan de god Enki. Volgens de legendes stad van het metaal (ijzer, koper, mogelijk ook goud en zilver).
Bagdad (stad van de vrede)
Hoofdstad van Irak. In 762 aan de Tigris gesticht door de Abassieden onder leiding van Mansur, in de 9e eeuw cultureel centrum, van 1534-1917 behoorde het toe aan het Osmaanse rijk. Zie verder ook: Irak
Bar-Kochba / Simon Bar Kosiba (Hebreeuws: sterrenzoon)
Joods verzetsstrijder. Leidde de opstand van het Joodse volk tegen de Romeinse overheersers na het door hen vernietigen van Jerusalem. De aanleiding van de opstand was het uitvaardigen van nieuwe wetten door Hadrianus en zijn plannen om op de plaats van Jerusalem een nieuwe nederzetting te bouwen met een heidense tempel. Bar Kochba wist Jerusalem te heroveren en 3 jaar lang te behouden, maar werd uiteindelijk verslagen wat 580.000 Joden het leven kostte. Vele andere Joden kwamen om van honger en dorst tijdens de 3 jaar lange belegering en nadien werden nog zeer velen gedeporteerd en terecht gesteld.