Koning Croesus en de Sibille

Het verhaal van Croesus en de sibille
(Croesus maakte zich in zijn paleis, in de hoofdstad Sardes van Lydië, zorgen om de expansiedrang van de Perzen en wilde weten wat de orakels hem zouden adviseren te ondernemen):
Nadat zijn zorgen zich van hem meester maakten, besloot hij de orakels in Griekenland, zowel als die in Afrika een examen af te nemen. Hij stuurde overal mensen heen; naar Delfi, naar Abae in Phocis, naar Dodona enz. Er werden eveneens gezanten naar Amphiaraüs gestuurd, naar Trophonius en naar Branchidae in het gebied van Milete. Croesus liet niet alleen deze Griekse orakels raadplegen, maar ook bijvoorbeeld het orakel van Ammon in Afrika/Egypte. Als de orakels dicht bij de waarheid konden voorspellen, zou hij een tweede gezant erheen zenden met vragen omtrent het wel of niet een oorlog beginnen tegen de Perzen.
Hij gaf zijn examinateurs een opdracht mee: vanaf de dag waarop ze uit Sardes vertrokken moesten ze bijhouden hoeveel dagen er verstreken, op de honderste dag dan, moesten ze zich wenden tot het orakel, met de vraag wat Croesus op dat moment precies aan het doen was. Ze moesten de uitspraken van de orakels noteren en direct weer aan Croesus terugbezorgen.

Niemand weet te vertellen wat voor uitspraken de overige orakels deden, maar het orakel van Delfi zei: “mij is het getal van het zand bekend, en de maat van de zeeën. Ook versta ik de stomme: ik hoor hem, al kan hij niet spreken. Nu drong de geur tot mij door van een sterke, dikhuidige schildpad, die wordt gekookt in het brons, tezamen met schapenvleesbouten. Brons is eronder gelegd en brons bedekt hem van boven”. De Lydiërs noteerden deze uitspraken nauwkeurig en keerden weer naar Sardes terug. Nadat alle gezanten weergekeerd waren, opende Croesus één voor één de verslagen. De meeste bevielen hem niet, maar nauwelijks had hij de uitspraak van Delfi gelezen of hij sprak de overtuiging uit dat (vrijwel) alleen dit orakel profetische krachten had, omdat zij precies had ontdekt wat Croesus deed op de dag van het examen. Hij had nl. een idee uitgevoerd dat onmogelijk ontdekt of verzonnen had kunnen worden: hij had een schildpad en een schaap in stukken gehakt en zelf gekookt in een bronzen ketel, afgedekt met een bronzen deksel.
Vanaf dat moment is Delfi in de ogen van de zeer rijke Croesus onfeilbaar, samen met het orakel van Amphiaraüs. Hij bedekt ze met tal van geschenken.

De Lydiërs die deze geschenken naar de heiligdommen moesten brengen kregen van Croesus de opdracht de orakels te vragen of hij Perzië moest aanvallen en of hij ergens een leger als bondgenoot moest zien te verwerven. Nadat de Lydiërs bij aankomst de geschenken aan de orakels hadden gegeven, raadpleegden ze ze als volgt: “Croesus, koning van Lydië en andere landen, is van mening dat dit de enige orakels op de wereld zijn die wérkelijk de toekomst kunnen zien. Daarom heeft hij u deze geschenken gegeven, die u met uw ontdekkingen verdient en stelt hij u nu de vraag of hij Perzië moet aanvallen en of hij ergens een leger als bondgenoot moet verwerven”.
Croesus was opgetogen over de orakels, toen hij het verslag van de goddelijke orakels had vernomen, in de stellige verwachting dat hij een eind zou gaan maken aan de Perzische overheersing, aan het koninkrijk van Cyrus, stuurde hij opnieuw gezanten naar het orakel van Delfi en gaf hij de inwoners, nadat hij inlichtingen had ingewonnen over hun aantal, twee gouden staters per persoon. Als dank daarvoor verleende Delfi aan Croesus en de Lydiërs voorrang bij het raadplegen, vrijstelling van belasting, ereplaatsen bij de spelen (Pythische spelen) en het recht aan alle burgers van Lydië die dat wilden om burger te worden van Delfi.

Nadat Croesus de Delfiërs dat geschenk had gegeven raadpleegde hij het orakel voor de derde maal. Hij legde de vraag voor of zijn heerschappij lang zou duren. De Pythia gaf hem het volgende antwoord: “Pas als een muilezel koning wordt over de Mediërs, moet u, Lydische koning, met tedere voet langs de kiezels van Hermus vluchten, niet wachten en u ook niet schamen om lafheid te tonen”. Toen deze woorden Croesus bereikten, kende zijn vreugde helemaal geen grenzen meer, want hij veronderstelde dat een muilezel onmogelijk de plaats van een man als koning van Medië kon innemen en dat dus aan de heerschappij van hemzelf en zijn nageslacht onmogelijk een einde kon komen, maar…..
het grote rijk dat zou worden vernietigd was dat van Croesus zelf, de muilezel was Cyrus, koning der Perzen…..


Waaaaw!!! prachtige website ik ben echt onder de indruk. Het heeft me heel erg geholpen voor schoolwerk. Bedankt
Dankjewel Ikke
Héél fijn om te horen